In deze tijd waarin wij ons onderwijs op afstand in een heel rap tempo hebben vormgegeven, zijn we erg benieuwd wat iedereen bezig houdt. Oud collega Jan Kater gaat in gesprek met docenten, medewerkers en leerlingen via telefoon of Google Hangout. Hieronder lees je in verschillende interviews wat ons bezig houdt.

Nora zit in de derde klas Mavo op Innova. Dit is de locatie voor eigentijds onderwijs, momenteel dees gehuisvest in het Servicecentrum aan de Gronausestraat, tegenover het Miro-terrein. Nora moet lachen als ik opmerk dat haar school in het Servicecentrum aan de Gronausestraat zit en dat daar ook het wijkbureau van de politie te vinden is. Daar zijn we het dan over eens, dat er in ieder geval goed op hen gepast wordt, tenminste als de school normaal zou functioneren. Ook voor de veertienjarige Nora is het leven er heel anders uit gaan zien. Wat haar nu het meeste bezighoudt? “Ik probeer zoveel mogelijk de regelmaat van schoolwerk erin te houden. Van een uur of negen tot ongeveer drie ben ik daarmee bezig. Soms wat minder, dan ga ik een boekje lezen, of zomaar wat anders.” Zoals nu -ons gesprekje vindt plaats omstreeks 14:00u en beide ouders zitten in een vitaal beroep? “Ik ben nu bij mijn opa en oma.” Zijn die er wel gerust op dan? “We houden goed afstand, hoor. En ik voel me zelf heel gezond. Maar ik moet zeggen dat opa hier wel iets zorgelijker over is dan oma.” Nora houdt contact met school via het schoolapparaat, een Chromebook. Zij vindt afstandsleren echter veel moeilijker dan gewoon naar school gaan. “Het contact is heel anders. Het is zeker niet de gewone lessituatie. Ik mis vooral de interactie met mijn docenten bij het uitleggen.” Tenslotte, Nora, je hoort dat jongeren het moeilijk zouden vinden om zich aan de regels te houden. Hoe zie jij dat? “Als ik in de stad kom, dan zie ik inderdaad best wel veel jongeren gewoon bij elkaar zitten. Ik weet niet, misschien hebben ze daar niet zo goed over nagedacht.” Nora, bedankt.
Wat houd je het meeste bezig? Op de vraag wat hem op dit moment het meeste bezighoudt, is Tjeerd duidelijk: “We helpen leerlingen, we helpen docenten, we zetten digitaal lesmateriaal klaar.” Van zijn leidinggevende weet ik al dat er ook op Het Stedelijk Lyceum een ongekende toename is van digitalisering, net zoals overal in het Nederlandse onderwijs. Zijn er bijzondere dingen? “We hebben sinds kort zo’n 25 mobiele wifi’s tot onze beschikking. Die we inzetten bij leerlingen die thuis geen internet-verbinding hebben. Op al onze locaties is navraag gedaan wie zoiets goed zou kunnen gebruiken.” En? “De eerste verzoeken kwamen van onze Internationale Schakelklassen (ISK). Die hebben een aantal leerlingen in een speciale opvangsituatie in Hengelo zitten. Daar zijn de eerst acht naartoe gegaan. Maar ook van de locatie Kottenpark en College Zuid kwamen verzoeken.” Hoe gaan jullie die uitdelen? “Die van de ISK gaan via de coördinator van de locatie zelf, die zijn al opgehaald. De andere aanvragen leggen we hier klaar: op een tafel, we houden voldoende afstand en leggen op afstand aan de ophalende leerlingen uit hoe ze werken.” Ingewikkeld? “Nee, een paar instellingen doen we zelf vooraf, hier op de ICT-afdeling. De rest is standaard, net zoals je een smartphone instelt voor wifi-contact. Ik vraag de leerlingen wél of ze mij even een berichtje sturen vlak voordat ze hier zijn, omdat het gebouw in deze tijd zomaar op slot kan zijn, ook als ik er zelf wel ben.” Tjeerd, bedankt!